Home » Kittenbeleid

Ik ben al geruime tijd kattenfokker en dacht dat ik er juist aan deed om de kittens met 13 weken te verhuizen naar hun "Forever Home". Maar ik ben toch van dit standpunt afgeweken na veel onderzoek, gesprekken met gedragstherapeuten en dierenartsen. Zo ben ik op de website van https://felinewelfarefoundation.org/ terecht gekomen en onderstaande tekst heb ik ook van hun folder gehaald. Zo kwam ik dan toch weer op nieuwe inzichten en net als ik dacht dat ik het allemaal wel wist, nu ja, blijkbaar kan ik er nog veel meer bij leren. 

Gezondheid
Via de moedermelk krijgen kittens afweerstoffen binnen voor de eerste 8 à 9 weken. Daarna moeten ze zelf hun weerstand opbouwen. Dat duurt tot een halfjaar. Naarmate kittens jonger van hun moeder worden gescheiden, levert dat meer stress op. Stress vormt een aanslag op de weerstand. Moederloze jonge kittens zijn dan ook vaak ziek. Dat is nog niet alles. Kittens die minder dan 13 weken moedermelk hebben gehad, ontwikkelen 2,5 keer zo vaak overgewicht en 3 keer zo vaak obesitas, vergeleken met kittens die minimaal 13 weken zijn gezoogd. In moedermelk zitten verschillende hormonen. Een daarvan is leptine. Dit regelt het gevoel van verzadiging. Er zijn sterke aanwijzingen dat minder dan 13 weken leptine binnenkrijgen via de moedermelk overgewicht en obesitas veroorzaakt. Kittens die minder dan 13 weken moedermelk hebben gehad, ontwikkelen ook beduidend vaker blaasproblemen (blaasgruis, blaasontsteking, ‘plaskater/verstopte kater’).

De meeste kittens worden met 7 à 9 weken van hun moeder gescheiden. Ze kunnen dan lopen, vaste voeding eten en zijn zindelijk. Maar dat betekent niet dat ze hun moeder al kunnen missen! Ze hebben haar om talloze redenen 16 weken nodig.


Moederskindjes 

Net als mensen zijn katten zoogdieren. Dat betekent dat ze eerst volledig afhankelijk zijn van hun moeder en daarna geleidelijk zelfstandiger worden. Hun moeder is alles voor ze. Ze drinken en sabbelen gemiddeld een halfjaar bij haar. Niet alleen vanwege de moedermelk, ook omdat zuigen ze een veilig gevoel geeft. Hun moeder leert ze alles wat ze moeten kunnen en moeten weten. Goede jaagtechnieken bijvoorbeeld. En hoe je als katten met elkaar omgaat. 

Dat laatste kunnen kittens leren in week 8 tot 16. Dat heeft te maken hoe hun hersenen zich in die periode ontwikkelen.
Bij opvoeden hoort óók grenzen stellen. Vanaf vier weken mogen de kleintjes niet meer altijd bij hun moeder sabbelen maar bepaalt zij wanneer en hoe lang dat mag. Zo leren ze omgaan met frustratie. Als kittens dat niet leren, ontwikkelen ze vaak welzijnsproblemen zoals agressie naar mensen, meubels kapot krabben en dwingend gedrag. Helaas wordt de opvoeding door moeder vaak geïnterpreteerd als ‘verstoten’. 

Overleven 

Het gedrag en de behoeften van huiskatten zijn hetzelfde als die van hun soortgenoten in de natuur. De natuur vertelt dan ook wat het beste voor ze is. In het wild blijven moederpoezen en hun kinderen levenslang bij elkaar. Niet alleen de poesjes, ook de katertjes. Ze verlaten elkaar uitsluitend als dit de enige manier is om te overleven. Dat kan vanaf 16 weken. Op jongere leeftijd zullen moederloze kittens in het wild gegarandeerd sterven. Pas met 16 weken is hun onder vacht dik genoeg om zichzelf warm te houden en is hun gezichtsvermogen volledig ontwikkeld. Met 16 weken is er een geringe kans op overleving. Een mens die een kitten verzorgt is geen vervanging van een moederpoes. 

Stressbestendigheid 

Als kittens vóór de leeftijd van 16 weken van hun moeder worden gescheiden, ervaren ze hevige stress. Logisch; zonder haar zijn ze in de natuur ten dode opgeschreven. Deze hevige scheidingsstress verstoort de stressrespons van hun lichaam. Daardoor worden ze levenslang verhoogd stressgevoelig en kunnen ze niet goed met veranderingen omgaan. Terwijl die bij het leven horen. Er is dan ook een groot risico op het ontwikkelen van chronische stress. Dat kan allerlei gevolgen hebben: ziektes (blaasproblemen), onzindelijkheid, sproeien in huis, agressie, ongewenst krabgedrag, en ga zo maar door.